Met een pensioen in eigen beheer gaat de DGA een pensioenovereenkomst aan met zijn eigen B.V. In de pensioenovereenkomst staat geregeld dat de B.V. aan de DGA pensioenaanspraken verleent. In de meeste gevallen (althans bij de modelpensioenovereenkomst van de fiscus) gaat het daarbij om aanspraken op de volgende pensioenuitkeringen:
- Ouderdomspensioen
- Nabestaandenpensioen
- Nabestaandenoverbruggingspensioen
- Arbeidsongeschiktheidspensioen
Daarnaast wordt vaak door de B.V. toegezegd dat de pensioenopbouw wordt voortgezet bij arbeidsongeschiktheid en dat de pensioenen welvaarts- of waardevast worden gehouden.
Veel termen ineens, maar wat betekent dit eigenlijk voor u als DGA en voor uw B.V.?
Ouderdomspensioen
Het ouderdomspensioen is een levenslange periodieke uitkering die ingaat op de pensioendatum (meestal 65 jaar). Periodiek houdt in dat de uitkering in meerdere termijnen wordt uitbetaald (dus een uitkering ineens is niet mogelijk). De B.V. neemt de verplichting op zich om vanaf de pensioendatum de uitkeringen te gaan verrichten aan de DGA.
Het ouderdomspensioen wordt opgebouwd naargelang het dienstverband voortduurt. Voor de opbouw van pensioen gelden fiscale maxima. In een eindloonregeling mag maximaal 2% per jaar aan pensioenrecht worden opgebouwd. Dat ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:
Uitgangspunten:
- salaris € 50.000
- opbouw 2%
- AOW franchise € 18.428 (2010)
De pensioenopbouw in het voorbeeld is dan als volgt: (50.000 – 18.428) x 2% = € 1.263
Met andere woorden: Deze DGA heeft in het betreffende jaar een recht opgebouwd op een levenslange bruto uitkering vanaf zijn 65ste van € 1.263 per jaar. Uitgaande van een totale diensttijd van 35 jaar kan aldus een pensioen van 70% worden opgebouwd.
De AOW franchise is een bedrag wat in mindering wordt gebracht op het salaris omdat voor dit bedrag geen pensioenrecht opgebouwd hoeft te worden. De gedachte hierbij is dat immers recht bestaat op een AOW-uitkering en voor dat gedeelte dus geen pensioenopbouw hoeft plaats te vinden.
In een eindloonregeling (en dat zijn de meeste pensioenregelingen voor DGA’s nog altijd) wordt voor de pensioenopbouw aangesloten bij het laatst verdiende salaris. Dat brengt met zich mee dat bij een salarisstijging een inhaal dient plaats te vinden over de reeds verstreken dienstjaren. In die jaren is immers pensioen opgebouwd op basis van het toe geldende (lagere) salaris. Met terugwerkende kracht vindt aanpassing plaats naar het hogere salaris en dus een hoger pensioenrecht. Deze aanpassing met terugwerkende kracht noemt men backservice. In een eindloonregeling gaat een salarisverhoging eigenlijk altijd gepaard met backservice en een éénmalige hogere pensioenlast.
Voor het ouderdomspensioen mag de B.V. in eigen beheer een voorziening vormen te laste van de fiscale winst. Dit levert een direct besparing op van vennootschapsbelasting. De uitkeringen worden belast met inkomstenbelasting.
Nabestaandenpensioen
Het nabestaandenpensioen is een inkomensvoorziening voor de nabestaanden voor het geval de DGA komt te overlijden. De B.V. neemt de verplichting op zich om het nabestaandenpensioen uit te keren.
Het nabestaandenpensioen wordt doorgaans vastgesteld op 70% van het pensioen wat de DGA had kunnen opbouwen indien hij tot aan de pensioendatum in dienst was geweest. Dit brengt met zich mee dat vooral in de beginfase van de pensioenopbouw het nabestaandenpensioen veel hoger is dan het opgebouwde ouderdomspensioen. Daar komt bij dat het nabestaandenpensioen direct na het overlijden van de DGA uitgekeerd wordt door de vennootschap. Indien de DGA op jong leeftijd komt te overlijden, moet de B.V. dus een hele lange periode nabestaandenpensioen uitkeren (namelijk levenslang voor de achterblijvende partner).
Het nabestaandenpensioen vormt een risico voor de B.V. aangezien zij de uitkeringsverplichting op zich neemt. De meeste B.V.’s hebben niet voldoende middelen om het nabestaandenpensioen daadwerkelijk vanaf de start van de pensioenopbouw uit te kunnen keren. Om die reden wordt geadviseerd om de B.V. een overlijdensrisicoverzekering te laten sluiten. Deze verzekering keert bij overlijden van de DGA een bedrag uit dat voldoende zou moeten zijn om het nabestaandenpensioen daadwerkelijk levenslang uit te kunnen keren. Het is van groot belang dat de DGA zich hierover laat voorlichten. Er zijn meerdere manieren om de inkomensvoorziening voor de nabestaanden te regelen.
Voor het nabestaandenpensioen (althans, alleen het nabestaandenpensioen dat ná de pensioendatum in gaat) mag de B.V. een pensioenvoorziening vormen ten laste van de fiscale winst. Dit levert een directe besparing van vennootschapsbelasting op. De uitkeringen worden belast met inkomstenbelasting.
Nabestaandenoverbruggingspensioen
Dit is een bijzondere vorm van het nabestaandenpensioen. Het nabestaandenoverbruggingspensioen heeft als doel om compensatie te bieden voor het gemis aan een AOW-uitkering voor de achterblijvende partner in de periode dat hij/zij nog geen 65 is.
Bij het ouderdomspensioen wordt zoals gemeld rekening gehouden met het feit dat recht bestaat op een AOW-uitkering. Voor dit gedeelte wordt geen pensioen opgebouwd. Aangezien het nabestaandenpensioen direct afhankelijk is van het bereikbare ouderdomspensioen, wordt er aldus (impliciet) van uitgegaan dat recht bestaat op een AOW-uitkering. Voor de periode na de 65ste verjaardag van de partner is dit ook het geval. Komt de DGA eerder te overlijden dan biedt het nabestaandenoverbruggingspensioen en compensatie.
Ook hiervoor geldt dat de B.V. meestal niet voldoende middelen heeft om daadwerkelijk de uitkeringen te verrichten. Het risico van het nabestaandenoverbruggingspensioen dient meegenomen te worden in de bepaling van het verzekerde kapitaal voor de overlijdensrisicoverzekering.
Ook voor dit punt geldt dat de DGA zich laat voorlichten. Het nabestaandenoverbruggingspensioen is niet in alle gevallen wenselijk. Vaak is het beter op een andere wijze de inkomensvoorziening voor de nabestaanden te regelen. Is het nabestaandenoverbruggingspensioen eenmaal onderdeel van de pensioentoezegging dan dient de B.V. de uitkeringen te verrichten. Dit kan er toe leiden dat binnen enkele jaren het geld van de B.V. op is en deze failliet kan gaan.
Voor het nabestaandenoverbruggingspensioen mag de B.V. geen voorziening vormen in eigen beheer. Wel zijn de premies aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting. De uitkeringen worden belast met inkomstenbelasting.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Het arbeidsongeschikheidspensioen is het beste te vergelijken met een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Wanneer de DGA ziek wordt en niet meer kan werken, zal de B.V. uitkeringen verrichten. Ook hier geldt dat de B.V. meestal niet voldoende middelen heeft om de uitkeringen zelf te verrichten. De B.V. zal het risico dienen te verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij waarbij de B.V. de premies draagt en de DGA de verzekerde is.
Een inkomensvoorziening voor arbeidsongeschiktheid kan in veel gevallen beter buiten de pensioenregeling om worden geregeld.
Voor het arbeidsongeschiktheidspensioen mag de B.V. geen voorziening vormen in eigen beheer.
Graag informeren wij u nader over de mogelijheden van het pensioen in eigen beheer. Fiscion heeft een geheel eigen visie op het onderwerp die wij graag met u delen.
