Fiscion Belastingadviseurs beschikt over eigen model pensioenovereenkomsten die door de Belastingdienst zijn goedgekeurd. Dankzij deze goedkeuring kunt u erop vertrouwen dat de pensioenovereenkomst voldoet aan de eisen die de Wet op de Loonbelasting daaraan stelt.
Met een fiscion pensioenovereenkomst:
- kunt u een fiscaal maximaal pensioen opbouwen
- loopt u minder risico
- bent u zeer flexibel
- houdt u de uitvoeringskosten laag
Kortom, u bent beter af met een pensioenregeling van Fiscion. Meer weten?
Waar zit het verschil?
De model pensioenovereenkomsten van Fiscion wijken op diverse punten af van andere model pensioenovereenkomsten. Het belangrijkste verschil met andere model pensioenovereenkomsten is dat wij de risico-elementen van de pensioentoezegging anders benaderen. Met het sluiten van de pensioenovereenkomst neemt de werkgever in veel gevallen risico's op zich die zij niet zelfstandig kan dragen. Een voorbeeld hiervan is het risico van vooroverlijden van de pensioengerechtigde. In de model pensioenovereenkomsten van Fiscion hebben wij dergelijke risico's ernstig beperkt of geheel geëlimineerd, zonder dat dit een negatieve invloed heeft op de pensioenopbouw zelf.
Pensioen en verliesverrekening
De beperking van de verliesverrekening die in 2006 is ingevoerd, kan grote invloed hebben op de pensioen BV van de DGA. Indien de DGA voortijdig komt te overlijden, kan bijvoorbeeld de volgende (fiscaal zeer ongunstige!) situatie ontstaan:
Stel een 40-jarige DGA drijft al enkele jaren zijn onderneming in een werkmaatschappij. Alle aandelen in de werkmaatschappij worden gehouden door een Holding BV. Vanwege de fiscale voordelen heeft de DGA een pensioen in eigen beheer dat wordt uitgevoerd door de Holding BV. De pensioenovereenkomst is opgesteld conform het model van de fiscus, inclusief volledig nabestaandenpensioen en wezenpensioen. Een externe overlijdensrisicoverzekering is niet aanwezig.
Indien de DGA voortijdig komt te overlijden, ontstaat voor de Holding BV ineens de verplichting om een nabestaandenpensioen uit te keren. De uitkering bedraagt doorgaans 70% van het bereikbare pensioen van de DGA en dient levenslang te worden uitbetaald. Daarnaast dient een zogenaamd nabestaanden overbruggingspensioen te worden uitgekeerd. Dit is een uitkering ter overbrugging van het gemis aan AOW-uitkering voor de partner.
In dit (veel voorkomende) geval bedraagt de totale uitkeringsverplichting al snel enkele honderdduizenden euro’s. Als gevolg van het overlijden vindt een dotatie aan de pensioenvoorziening plaats om de uitkeringsverplichting tot uitdrukking te brengen. Daarmee ontstaat ineens een fiscale last die verrekend kan worden met winst van het voorgaande jaar of winsten van de komende negen jaren.
De partner wenst de onderneming niet zelf voort te zetten en probeert de werkmaatschappij te verkopen. Door de verkoop van het aandelenbelang slaagt de Holding BV er in voldoende opbrengst te realiseren om aan haar uitkeringsverplichting te voldoen. Echter de verkoopwinst valt onder de deelnemingsvrijstelling en is derhalve onbelast. De Holding BV maakt zelf onvoldoende resultaat om het verrekenbare verlies te verrekenen en de verliezen zullen ‘verdampen’. De onbelaste verkoopopbrengst dient te worden aangewend voor (IB-belaste) pensioenuitkeringen.
Had deze DGA het nabestaandenpensioen beperkt, dan was de partner beter af geweest. In plaats van (progressief) belaste pensioenuitkeringen had hij/zij dan immers dividend kunnen ontvangen, hetgeen belast is tegen 25%.
meer weten?

